Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | Gemeente Oldebroek |
|---|---|
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Officiële naam van de regeling | Algemene Subsidieverordening Gemeente Oldebroek |
| Citeertitel van de regeling | Algemene Subsidieverordening Gemeente Oldebroek |
| Onderwerp | maatschappelijke zorg en welzijn |
| Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) | Geen. |
| Opmerkingen m.b.t. de regeling | Geen. |
| Betreft (aard van de wijziging) | wijziging |
| Datum uitwerkingtreding | |
| Datum inwerkingtreding | 01-10-2010 |
| Terugwerkende kracht (t/m) | |
| Datum ondertekening | 28-09-2010 |
| Bron bekendmaking | Huis aan Huis, 12-10-2010 |
| Kenmerk voorstel | AVV+NK |
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
Gemeentewet, art. 149Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerkingtreding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 01-10-2010 | wijziging | 28-09-2010 Huis aan Huis, 12-10-2010 |
AVV+NK | ||
| 01-01-2006 | 01-01-2006 | 31-12-2010 | nieuwe regeling | 28-02-2006 Huis aan Huis, 07-03-2006 |
AVV+NK |
Inhoudsopgave
- Algemene subsidieverordening gemeente Oldebroek
- HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
- HOOFDSTUK 2. SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD
- HOOFDSTUK 3. AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE
- HOOFDSTUK 4. WEIGERING VAN DE SUBSIDIE
- HOOFDSTUK 5. VERLENING VAN DE SUBSIDIE
- HOOFDSTUK 6. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER
- Artikel 12. Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel 13. Tussentijdse rapportage
- Artikel 14. Meldingsplicht
- HOOFDSTUK 7. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE
- Artikel 15. Verantwoording subsidies tot 25.000 euro
- Artikel 16. Verantwoording subsidies van 25.000 tot 50.000 euro
- Artikel 17. Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro
- Artikel 18. Vaststelling subsidie
- HOOFDSTUK 8. OVERIGE BEPALINGEN
Algemene subsidieverordening gemeente Oldebroek
Nr. 65148
De raad van de gemeente Oldebroek;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 juli 2010;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
BESLUIT:
vast te stellen de Algemene subsidieverordening gemeente Oldebroek.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
ambtshalve vaststelling: het vaststellen van subsidie door de gemeente, zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag hiervoor heeft ingediend;
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek;
eenmalige subsidie: subsidie voor bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de normale activiteiten van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd met een maximum van vier jaar subsidie wil verstrekken;
jaarlijkse subsidie: subsidie die per jaar of voor een bepaald aantal jaren aan een instelling voor een periode van maximaal 4 jaar wordt verstrekt;
raad: de gemeenteraad van de gemeente Oldebroek;
subsidieplafond: het maximale door de raad beschikbaar gestelde bedrag per beleidsterrein.
de wet: Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2. Reikwijdte verordening
1. De Raad stelt vast dat voor activiteiten op de volgende beleidsterreinen subsidie kan worden verstrekt:
cultuur
jeugd
samenlevingsopbouw
senioren
sport
zorg
2. De raad kan voor de beleidsterreinen uit het eerste lid, nadere regels vaststellen die in ieder geval een omschrijving bevatten van de volgende zaken:
de beleidsdoelen;
de activiteiten
de grondslag voor subsidiering;
3. Deze verordening is niet van toepassing op:
Het toekennen van een bedrag waarvoor de ontvangers geen directe tegenprestaties hoeven te leveren.
Geldelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente deelneemt of geldelijke bijdragen aan andere gemeenten.
4. Artikel 4.24 van de wet is niet van toepassing.
Artikel 3. Bevoegdheid college
1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies rekeninghoudend met de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - als de begroting nog niet is vastgesteld, of goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
2. Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden.
HOOFDSTUK 2. SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD
Artikel 4. Subsidieplafond, subsidieprogramma en begrotingsvoorbehoud
1. De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting, subsidieplafond(s) vaststellen.
2. Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.
3. Het college kan jaarlijks na de vaststelling van de subsidieplafond(s), het subsidieprogramma vaststellen. Hierin kunnen nadere regels worden gesteld over de verdeling van het beschikbare bedrag.
4. Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging van de subsidieplafonds en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.
5. Een subsidie vanuit een nog niet vastgestelde begroting, wordt verleend op voorwaarde dat in de begroting voldoende geld beschikbaar wordt gesteld.
HOOFDSTUK 3. AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE
Artikel 5. Het indienen van een aanvraag
1. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Hiervoor stelt het college een aanvraagformulier beschikbaar.
2. Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens:
een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd;
de doelstellingen en resultaten, die worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. Daarnaast in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar inwoners en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;
een begroting waaruit de dekking van de kosten van de activiteiten duidelijk wordt.
een opgave van bij andere bestuursorganen, organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten en de stand van zaken daarvan;
bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de reserveringen, fondsen en voorzieningen op het moment van de aanvraag.
3. Als een aanvrager voor de eerste keer een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen bij.
4. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, als die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag nodig of voldoende, zijn.
5. Subsidieaanvragen voor bedragen lager dan 500,- euro worden niet in behandeling genomen.
Artikel 6. Aanvraagtermijn
1. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt uiterlijk 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft gedaan.
2. Wanneer een aanvraag niet op de in lid 1 genoemde datum is ingediend, kan het college besluiten de aanvraag af te wijzen.
3. Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag.
Artikel 7. Beslistermijn
1. Het college beslist op een aanvraag voor eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, of, als het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.
2. Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
HOOFDSTUK 4. WEIGERING VAN DE SUBSIDIE
Artikel 8. Weigeringgronden
Het college kan, naast de bepalingen in de wet, een aanvraag voor subsidie weigeren als:
de activiteiten van de aanvrager niet of niet voor een belangrijk deel gericht zijn op de gemeente of haar inwoners of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar inwoners;
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten gaat ontplooien, die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;
de activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben.
Artikel 9. Wet BIBOB
Het college kan bepalen dat een gevraagde subsidie wordt geweigerd of de verleende subsidie wordt ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.
HOOFDSTUK 5. VERLENING VAN DE SUBSIDIE
Artikel 10. Verlening subsidie
1. Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt.
2. Het college is bevoegd om verplichtingen aan de subsidieverlening te verbinden over het beheer en gebruik van de subsidie.
Artikel 11. Betaling en bevoorschotting
1. Als een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de subsidie in één bedrag plaats.
2. Als een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, artikel 16 of artikel 17 wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot. Het college kan op de bevoorschotting de bepalingen uit lid 3 toepassen.
3. Als besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.
HOOFDSTUK 6. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER
Artikel 12. Verplichtingen van de subsidieontvanger
1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend.
2. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:
besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, of ontbinding van de rechtspersoon;
wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;
wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.
3. De subsidieontvanger moet toestemming van het college hebben voor handelingen zoals vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht, uitgezonderd lid g.
4. Het college kan voorwaarden stellen aan het vormen van reserveringen, voorzieningen en fondsen en de omvang daarvan.
Artikel 13. Tussentijdse rapportage
Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, die verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de subsidieontvanger verplichten om tussentijdse verantwoording af te leggen. In deze verantwoording worden de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten beschreven. Een tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.
Artikel 14. Meldingsplicht
De subsidieontvanger doet direct melding aan het college, wanneer de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel worden verricht of dat niet of niet geheel aan de verbonden verplichtingen wordt voldaan.
HOOFDSTUK 7. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE
Artikel 15. Verantwoording subsidies tot 25.000 euro
1. Subsidies tot 25.000 euro worden door het college:
direct vastgesteld of;
nadat een verantwoording zoals omschreven in het tweede lid is ontvangen.
2. Bij een vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen. In dat geval moet de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling indienen bij het college:
bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken nadat de activiteiten zijn verricht;
bij jaarlijkse subsidie, uiterlijk 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar of 5 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.
Artikel 16. Verantwoording subsidies van 25.000 tot 50.000 euro
1. Als de subsidieverlening 25.000 euro of meer bedraagt, maar minder dan 50.000 euro, moet de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling indienen bij het college:
bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken nadat de activiteiten zijn verricht;
bij jaarlijkse subsidie, uiterlijk 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar of 5 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.
2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten zijn verricht.
3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden worden overgelegd.
Artikel 17. Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro
1. Als de subsidieverlening 50.000 euro of meer bedraagt, moet de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college indienen:
bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verrichten van de activiteiten;
bij jaarlijkse subsidie, uiterlijk 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar, of 5 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.
2. De aanvraag tot vaststelling bevat:
een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten zijn verricht;
een overzicht van de verrichtte activiteiten en de inkomsten en uitgaven (financieel verslag of jaarrekening);
een balans van het afgelopen subsidietijdvak met toelichting;
een accountantsverklaring.
3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, worden overlegd.
Artikel 18. Vaststelling subsidie
1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.
2. Als door de aard van de subsidie of de verantwoording, er een langere termijn nodig is om de aanvraag tot vaststelling te beoordelen, dan informeert het college de subsidieontvanger daarvan zo snel mogelijk.
3. Als de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor de in de beschikking aangegeven datum is ontvangen, kan het college de aanvraag ambtshalve vaststellen of als dat niet mogelijk is de subsidie terugvorderen.
HOOFDSTUK 8. OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 19. Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme kostenbegrippen
1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, kan het college bepalen dat deze tarieven door de subsidieaanvrager worden berekend met gebruikmaking van een door het college voor te schrijven berekeningswijze.
2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van door het college bepaalde definities.
Artikel 20. Hardheidsclausule
Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
Het eerste lid is niet van toepassing op artikelen 1, 2, 3 en 8.
Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.
Artikel 21. Indexering
De subsidieplafonds kunnen jaarlijks worden aangepast aan de ontwikkelingen van prijzen en lonen. Dit geldt ook voor bedragen die zijn opgenomen in de beleidsregel. De grondslag daarvoor wordt jaarlijks vastgesteld door het college.
Artikel 22. Intrekking Algemene subsidieverordening gemeente Oldebroek 2006
De Algemene subsidieverordening gemeente Oldebroek 2006 wordt ingetrokken per 31 december 2010.
Artikel 23. Overgangsbepalingen
Aanvragen om subsidie voor het jaar 2010 worden afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Oldebroek 2006.
Aanvragen om subsidie voor het kalenderjaar 2011 en verder worden afgedaan volgens deze verordening.
Artikel 24. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking per 1 oktober 2010.
Artikel 25. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening gemeente Oldebroek.