Disclaimer

De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in Huis aan Huis, onder de kop Gemeentenieuws Oldebroek, heeft een officieel karakter.

U vindt onderstaand de geldende Algemeen Verbindende Voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Oldebroek. In het onderdeel 'Concept regelgeving' vindt u de nog niet vastgestelde versies. Deze concept versies worden gebruikt tijdens de besluitvorming en hebben uitsluitend een informatief doel.

Zoeken in regelgeving

            

Verordening op de rekenkamercommissie

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Oldebroek
Vastgesteld door gemeenteraad
Officiële naam van de regeling Verordening op de rekenkamercommissie
Citeertitel van de regeling Verordening op de rekenkamercommissie
Onderwerp bestuur en recht
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Betreft (aard van de wijziging) wijziging
Datum uitwerkingtreding
Datum inwerkingtreding 14-07-2016
Terugwerkende kracht (t/m) 01-06-2016
Datum ondertekening 02-06-2016
Bron bekendmaking Gemeenteblad: 6-7-2016
Kenmerk voorstel Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 81oa

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
14-07-2016 01-06-2016 wijziging 02-06-2016
Gemeenteblad: 6-7-2016
Geen.
01-06-2012 01-06-2016 wijziging 31-05-2012
Huis aan Huis, 19-06-2012
Geen.
01-07-2005 01-05-2012 nieuwe regeling 12-04-2005
Huis aan Huis, 19-04-2005
AVV

 

     

 

     Nr. 242643

 

 

De raad van de gemeente Oldebroek;

 

gelezen het voorstel van het Presidium van de raad van 21 april 2016;

 

overwegende de wenselijkheid om over te gaan tot een vaste, jaarlijkse vergoeding voor de werkzaamheden van de leden;

 

gelet op:

 

  • -artikel 81oa van de Gemeentewet;

 

  • -de samenwerkingsovereenkomst d.d. 12 april 2005 tussen de gemeenten Elburg, Nunspeet, Oldebroek en Putten betreffende de gezamenlijke uitvoering van de rekenkamer-functie;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de navolgende gewijzigde "Verordening op de rekenkamercommissie".

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. a.Wet: Gemeentewet;

  2. b.commissie: de rekenkamercommissie van de gemeente Oldebroek;

  3. c.voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie van de gemeente Oldebroek;

  4. d.college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek;

  5. e.raad: de raad van de gemeente Oldebroek.

Artikel 2 Rekenkamercommissie

  1. 1.Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid als de rekenkamercommissie.

  2. 2.De commissie bestaat uit drie leden.

Artikel 3 Benoeming leden

  1. 1.De raad benoemt de leden, waaronder de voorzitter.

  2. 2.De leden worden voor een periode van vier jaar benoemd. Herbenoeming is één keer mogelijk voor maximaal vier jaar. In geval van gelijktijdige afloop van een zittingsperiode van de leden worden twee van de drie leden voor een periode van twee jaar herbenoemd.

  3. 3.De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren.

  4. 4.Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden van de rekenkamercommissie pleegt de raad overleg met de commissie.

 

Artikel 4 Eed

Ten aanzien van de leden is artikel 81g van de Wet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Ontslag en non-activiteit

  1. 1.De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-activiteit.

  2. 2.Het lidmaatschap van een lid eindigt:

  1. a.op eigen verzoek;

  2. b.bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie.

  3. c.wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

  4. d.indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is ge-steld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;

  5. e.bij einde van de benoemingsperiode.

  1. 3.De leden van de commissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen.

Artikel 6 Vergoeding voor werkzaamheden van de leden

  1. 1.De voorzitter en overige leden ontvangen een vaste vergoeding per jaar voor hun werkzaamheden. Voor de voorzitter is dit € 6.100,- per jaar en voor de leden € 5.200 per jaar. Indexering vindt niet plaats.

  2. 2.De vergoeding genoemd in het eerste lid komt ten laste van het budget van de commissie.

  3. 3.Naast de vaste vergoeding bestaat geen recht op een onkostenvergoeding.

Artikel 7 Ambtelijk secretaris

  1. 1.De raad benoemt de ambtelijk secretaris in overleg met de commissie.

  2. 2.De secretaris staat de commissie bij de uitvoering van haar taken terzijde.

  3. 3.De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de commissie over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht.

Artikel 8 Reglement van orde

De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaam-heden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad.

Artikel 9 Onderwerpselectie en opdrachtverlening

  1. 1.De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstel-ling en stelt de onderzoeksopzet vast.

  2. 2.De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennis-neming aan de raad verstuurd.

  3. 3.De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een on-derzoek. De commissie bericht de raad binnen twee maanden in hoeverre aan dat ver-zoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

Artikel 10 Werkwijze

  1. 1.De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.

  2. 2.De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.

 

  1. 3.De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde redelijke termijn te verstrekken.

  2. 4.De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.

  3. 5.De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kan de commissie rapporten, die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.

  4. 6.De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

  5. 7.Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen.

  6. 8.De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het concept van een onderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt verder wie nog meer als betrokkenen worden aangemerkt.

  7. 9.Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.

Artikel 11 Budget

  1. 1.De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

  2. 2.Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:

  1. a.de vergoedingen aan de leden;

  2. b.de ambtelijk secretaris;

  3. c.eventuele interne onderzoeksmedewerkers;

  4. d.eventuele externe deskundigen die door de commissie zijn ingeschakeld;

  5. e.eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

  1. 3.De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juni 2016.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening op de rekenkamercommis-sie".  

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering

van de gemeenteraad van Oldebroek

op 2 juni 2016.

 

 

     , voorzitter mr. A. Hoogendoorn,

 

 

     , griffier J. Tabak.

 

 

Toelichting op de Verordening op de rekenkamercommissie.

 

Artikel 1

Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven.

In deze verordening is er voor gekozen om de begrippen doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid (zoals in dit verband genoemd in artikel 182 van de Gemeentewet) niet in artikel 1 op te nemen. Wel wordt in deze toelichting uiteengezet wat onder deze termen wordt verstaan.

Doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering mogelijke kosten zijn bereikt.

Bij doeltreffendheid gaat het er om of het resultaat van het beleid beantwoordt aan wat er mee is beoogd, en of de gestelde beleidsdoelen zijn verwezenlijkt.

Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en regelgeving die direct van belang is voor de rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten.

 

Artikel 2

Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, kunnen zij op grond van artikel 81oa van de Gemeentewet regels vaststellen voor de uitoefening van de zogeheten rekenkamerfunctie door middel van de commissievorm. De gemeenten Elburg, Nunspeet, Oldebroek en Putten hebben er in 2005 voor gekozen hun rekenkamercommissies gezamenlijk te bemensen (een 'personele unie') met drie gezamenlijk te werven en te benoemen externen.

De samenwerking krijgt verder gestalte door vaststelling van zoveel mogelijk gelijkluidende verordeningen en reglementen van orde.

Het is tevens de bedoeling om door samenwerking schaalvoordelen te behalen bij het func-tioneren van de commissie en de uitvoering van onderzoeken.

 

Artikel 3

Dit artikel regelt met name de benoeming, herbenoeming en nu ook begrenzing van de her-benoeming. Het artikel kent met deze wijziging mede een bepaling om te voorkomen dat bij gelijk aantreden van de leden er ook sprake zou kunnen zijn van gelijk aftreden, waardoor de continuïteit van de commissie in het geding zou kunnen komen.

 

Artikel 4

De verplichting om deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voor de rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de Gemeentewet. Deze bepaling wordt vanuit het oog-punt van integer bestuur van overeenkomstige toepassing verklaard op de leden van de re-kenkamercommissie.

 

Artikel 5

Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of soms verplich-ting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties.

 

Artikel 6

Dit artikel regelt de vergoeding die de leden voor hun werkzaamheden ontvangen. De Ge-meentewet is van toepassing op deze vergoeding.

 

Artikel 7

De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris. Deze wordt even-eens door de raad benoemd.

De rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en in het derde lid is voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de secretaris ten opzichte van de rekenkamer-commissie.

 

Artikel 8

Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de rekenkamercommissie. In het reglement van orde moeten of kunnen zaken worden geregeld zoals de verhouding secretaris - voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij onderzoeken, enz.

 

Artikel 9

De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn. Om deze onafhankelijkheid te bevor-deren, is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan kiezen. De re-kenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek instellen, maar is niet ver-plicht het verzoek van de raad in te willigen. Deze mogelijkheid voor de raad tot het doen van een verzoek wordt in artikel 182, 2e lid, van de Gemeentewet expliciet genoemd. Door-dat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan een verzoek van de raad. Indien de rekenkamercommissie niet kan of wil voldoen aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

 

Artikel 10

Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek over voldoende en relevante gegevens kan beschikken, is voorzien in de bevoegdheid om inlich-tingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren. De rap-porten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar, maar op grond van de be-langen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt.

 

Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij de kans krijgt om te reageren op een (nog niet gepubliceerd) conceptonderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats, waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien, aan de betreffende ambtenaren worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden er uit te halen en te corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke wethouder of het college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen die de reken-kamercommissie verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de rekenka-mercommissie een definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies en aanbeve-lingen.

 

Artikel 11

De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.

 

Artikel 12 en 13

Deze artikelen behoeven geen toelichting.