Disclaimer

De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in Huis aan Huis, onder de kop Gemeentenieuws Oldebroek, heeft een officieel karakter.

U vindt onderstaand de geldende Algemeen Verbindende Voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Oldebroek. In het onderdeel 'Concept regelgeving' vindt u de nog niet vastgestelde versies. Deze concept versies worden gebruikt tijdens de besluitvorming en hebben uitsluitend een informatief doel.

  

Verordening op de raadscommissies

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Vastgesteld door gemeenteraad
Officiële naam van de regeling Verordening tot regeling van de bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de vaste raadscommissies
Citeertitel van de regeling Verordening op de raadscommissies
Onderwerp Bestuur en recht
Gedelegeerde regelgeving Geen.
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum intrekking van (een versie van) de regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 03-07-2002
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 02-07-2002
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling Huis aan Huis, 16-07-2002
Kenmerk voorstel AVV

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
03-07-2002 nieuwe regeling 02-07-2002
Huis aan Huis, 16-07-2002
AVV

        GEMEENTE OLDEBROEK

Verordening op de raadscommissies

 

Nr. 2002003098  

 

De raad van de gemeente Oldebroek; 

 

gelet op de bepalingen van de Gemeentewet; 

 

B E S L U I T:

vast te stellen de: Verordening tot regeling van de bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de vaste raadscommissies.  

Artikel 1 (commissies/naam)

  1. Er zijn de volgende commissies: 

    1. de commissie Ruimte en Grond  

    2. de commissie Samenleving  

    3. de commissie Middelen  

    4. de commissie Bestuur en Veiligheid  

  2. Het presidium bepaalt tot het werkterrein van welke commissie bepaalde onderwerpen behoren. 

Artikel 2 (taakstelling)

  1. De commissies hebben, elk voor het eigen werkterrein, tot taak : 

    1. de besluitvorming van de raad voor te bereiden; 

    2. te overleggen met (de leden van) het college, onderscheidenlijk de burgemeester;  

    3. inwoners en belanghebbenden te horen 

Artikel 3 (voorzitterschap)

  1. Als voorzitters zijn benoembaar de raadsleden die fractievoorzitter of plaatsvervangend frac-tievoorzitter zijn.  

  2. De raad wijst de voorzitters van de commissies aan op voordracht van het presidium van de raad.  

  3. De voorzitterszetel wordt niet gerekend tot het ledental, bedoeld in artikel 4, leden 1 en 2. 

  4. De voorzitter heeft als taak: 

    1. het leiden van de vergadering; 

    2. het handhaven van de orde; 

    3. het doen naleven van de wet of dit reglement. 

  5. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door een van de door het presidium aangewezen plaatsvervangend voorzitter. 

  6. De voorzitter kan deelnemen aan de beraadslagingen, maar heeft geen stem, behalve in het geval dat de stemmen staken. 

Artikel 4 (samenstelling)

  1. Elke commissie heeft een aantal stemhebbende leden, gelijk aan het aantal fracties in de gemeenteraad. 

  2. Elke raadsfractie wordt vertegenwoordigd in elke commissie. 

  3. Als leden zijn benoembaar: 

    1. raadsleden 

    2. de kandidaat-raadsleden, voorkomend op de verkiezingslijsten, met dien verstande dat per fractie in totaal niet meer dan twee kandidaat-raadsleden kunnen worden benoemd. 

  4. Waar de verdeling van de werkzaamheden binnen de raadsfracties dit nodig maakt kan de raad voor een bepaalde fractie twee personen als lid in een commissie benoemen, elk voor een bepaald deel van het werkterrein van een commissie.  

  5. De raad wijst tevens plaatsvervangende leden aan. Een plaatsvervangend lid neemt aan het werk van de commissie deel als het lid waarvoor hij als plaatsvervanger is aangewezen niet aanwezig is. 

  6. De raad wijst de leden aan op aanbeveling van het presidium.  

Artikel 5 (betreffende niet-raadsleden)

  1. Voordat (plaatsvervangende) commissieleden, die geen raadslid zijn, hun lidmaatschap uitoefenen, leggen zij in het openbaar in handen van de voorzitter van de raad de in artikel 14 van de Gemeentewet genoemde eed (verklaring en belofte) af. 

  2. De commissieleden die geen raadslid zijn mogen geen functies vervullen die met het raadslidmaatschap onverenigbaar zijn en mogen geen handelingen verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet.  

  3. De leden die geen raadslid zijn komen als zij in functie zijn in aanmerking voor een vergoeding per bijgewoonde commissievergadering.  

Artikel 6 (zittingsduur)

  1. De leden van de commissies worden aangewezen voor de tijd samenvallende met de zittingsduur van de gemeenteraad. 

  2. Met het eindigen van het (kandidaat)lidmaatschap van de raad, onderscheidenlijk het (plaatsvervangend) fractievoorzitterschap, vervalt ook het lidmaatschap, onderscheidenlijk het voorzitterschap van de commissie. 

  3. De leden van de commissies kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij delen dit schriftelijk mee aan het presidium van de gemeenteraad. Degene die ontslag heeft genomen blijft lid totdat een opvolger zijn benoeming heeft aangenomen. 

Artikel 7 (ambtelijke bijstand)

De raad benoemt op voorstel van het presidium voor elke commissie een gemeenteambtenaar als commissiegriffier. Een commissiegriffier staat de commissie in alles wat de haar opgedragen taak aangaat terzijde en is hiervoor slechts verantwoording verschuldigd aan de griffier en de raad.  

Artikel 8 (vergaderingen)

  1. De commissies vergaderen volgens een jaarlijks door het presidium vast te stellen vergaderschema (reguliere vergaderingen) en verder zo vaak als het presidium, de voorzitter of tenminste twee leden van een commissie het nodig achten. 

  2. Indien vergaderingen, voorkomende op het schema, worden afgelast ontvangen de leden daarvan vanwege het presidium schriftelijk bericht. 

  3. Vergaderingen gaan niet door, als niet de helft van het aantal fracties aanwezig is. 

  4. Als een vergadering krachtens het bepaalde in het vorige lid niet doorgaat, wordt zo spoedig mogelijk een nieuwe vergadering uitgeschreven. Ongeacht het aantal aanwezige leden kan de vergadering dan worden gehouden, maar alleen over de onderwerpen die vermeld staan op de oproepingsbrieven voor de eerste vergadering. 

Artikel 9 (oproepen vergaderingen)

De leden worden schriftelijk opgeroepen: 

  1. voor reguliere vergaderingen door of namens de voorzitter van de raad; 

  2. voor andere vergaderingen door of namens de voorzitter van de commissie. 

Artikel 10 (de agenda)

  1. De agenda voor een commissievergadering wordt door het presidium voorlopig vastgesteld en met de daarbij behorende stukken samen met de oproep voor de vergadering aan de commissieleden minstens 7 dagen voor de vergadering toegezonden.  

  2. Indien een lid van een commissie daarom verzoekt, plaats het presidium een onderwerp op de voorlopige agenda. 

  3. De agenda wordt aan het begin van de vergadering definitief vastgesteld door de commissie. 

Artikel 11 (uitnodiging collegelid)

Het presidium kan het collegelid tot wiens portefeuille een bepaald geagendeerd onderwerp behoort, uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn teneinde inlichtingen te verschaffen of een toelichting op het agendapunt te geven. Het betreffende collegelid kan zich laten bijstaan door een ambtelijk informant.  

Artikel 12 (openbaarheid vergaderingen)

  1. De vergaderingen van de commissies zijn in de regel openbaar. 

  2. De deuren worden gesloten wanneer een commissielid of een collegelid dit verlangt of de voorzitter het nodig vindt. Vervolgens beslist de commissie of met gesloten deuren (verder) zal worden vergaderd. Daarbij dient als maatstaf de overweging dat met (verdere) openbare behandeling de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een belanghebbende of het goed functioneren van de gemeente wezenlijk zou kunnen worden geschaad. 

  3. Raadsleden kunnen op verzoek inzage verkrijgen van het verslag van een besloten vergadering en van de stukken die in beslotenheid aan de orde zijn geweest. 

Artikel 13 (bekendmaking vergaderingen)

Gelijktijdig met de verzending van de oproepingsbrieven voor openbare vergaderingen aan de leden wordt een exemplaar daarvan verstrekt aan de daarvoor in aanmerking komende persorganen, en worden dag, plaats en tijdstip van de openbare vergadering bekend gemaakt via de gemeentelijke voorlichtingskanalen. 

Artikel 14 (orde vergaderingen)

De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door de toehoorders wordt verstoord, hen die dit doen, of alle toehoorders te doen vertrekken. 

Artikel 15 (spreekrecht belanghebbenden)

  1. Aan het begin van elke openbare vergadering is er voor direct belanghebbenden, die dit bij de voorzitter hebben gemeld, gelegenheid om in het kort het woord te voeren over op de agenda voorkomende zaken. Leden van de commissie kunnen desgewenst aan de betrokkene vragen stellen. Er wordt niet gediscussieerd. 

  2. Door de zorg van de commissiegriffier worden belanghebbenden, voor zover in redelijkheid mogelijk, van dit recht in kennis gesteld. 

Artikel 16 (uitgezonderde handelingen/stemming)

  1. In de commissies worden: 

    1. geen besluiten, bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet, genomen;  

    2. geen moties behandeld; 

    3. geen amendementen voorgesteld; 

    4. niet tot definitieve standpunten besloten met betrekking tot de beleidsvorming en beleidstoetsing van het college.  

  2. Elk agendapunt wordt (slechts) afgesloten met een door de voorzitter geformuleerd afdoeningsvoorstel, waarover de commissie bij hoofdelijke stemming beslist. Deze beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen. 

  3. Indien er geen meerderheid voor een afdoeningsbeslissing is, wordt dit meegedeeld aan het presidium onder vermelding van de verschillende standpunten.  

  4. Een duo-lid, tot wiens werkgebied het betreffende onderwerp niet behoort, heeft geen stem, tenzij hij optreedt als plaatsvervanger. 

Artikel 17 (verslag)

Door de zorg van de commissiegriffier wordt van elke vergadering een verslag opgesteld.  

Artikel 18 (onvoorziene omstandigheden)

  1. In de gevallen waarin deze verordening mocht blijken niet te voorzien beslist het presidium.  

  2. Onvoorziene zaken die zich tijdens een vergadering aandienen worden beslist door de commissie. 

Artikel 19 (inwerkingtreding)

Deze "Verordening op de raadscommissies" treedt in werking op 3 juli 2002 en vervangt de Verordening op de commissies, vastgesteld bij raadsbesluit van 1 december 1994.  

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering 

van de gemeenteraad van Oldebroek 

op 2 juli 2002. 

 

        , voorzitter.

 

        , griffier.

 

Werkgebieden commissies:

 

  1. commissie Ruimte en Grond
    openbare werken, ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, milieu, verkeer en vervoer, wijkbeheer, grondbedrijf en economische ontwikkeling.

  2. commissie Samenleving
    welzijn, cultuur, wijkopbouw, monumenten, toerisme, sport, jongerenwerk, bejaardenwerk, volksgezondheid, educatie, onderwijs, sociale zaken, werkgelegenheid, gehandicaptenvoorzieningen;

  3. commissie Middelen
    financiën, belastingen, personeel en organisatie, huisvesting, digitale en documentaire informatisering, communicatie, juridische kwaliteit;

  4. commissie Bestuur en Veiligheid
    algemeen gemeentelijk bestuur, openbare veiligheid, politie, brandweer, bestuurlijke samenwerking, burgerparticipatie, burgerverslag.