Disclaimer

De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in Huis aan Huis, onder de kop Gemeentenieuws Oldebroek, heeft een officieel karakter.

U vindt onderstaand de geldende Algemeen Verbindende Voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Oldebroek. In het onderdeel 'Concept regelgeving' vindt u de nog niet vastgestelde versies. Deze concept versies worden gebruikt tijdens de besluitvorming en hebben uitsluitend een informatief doel.

  

Kapverordening

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Oldebroek
Vastgesteld door gemeenteraad
Officiële naam van de regeling Kapverordening
Citeertitel van de regeling Kapverordening
Onderwerp Algemeen
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Betreft (aard van de wijziging) wijziging
Datum uitwerkingtreding
Datum inwerkingtreding 01-10-2010
Terugwerkende kracht (t/m)
Datum ondertekening 29-06-2010
Bron bekendmaking Huis aan Huis, 19-10-2010
Kenmerk voorstel AVV

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 147
  2. Gemeentewet, art. 149
  3. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, art. 2.2

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
01-10-2010 wijziging 29-06-2010
Huis aan Huis, 19-10-2010
AVV
01-01-1994 01-10-2010 nieuwe regeling 23-11-1993
Huis aan Huis, 23-02-1994
AVV

                        Kapverordening

 

De raad van de gemeente Oldebroek;  

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 mei 2010;  

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 

 

BESLUIT:  

 

tot vaststelling van de Kapverordening  

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  1. In deze afdeling word verstaan onder:  

    1. boom :         een houtachtig, overblijvend gewas, dat:

      • één of meerstammig kan zijn, waarbij in geval van meerstammigheid de stammen zich bovengronds moeten vertakken;  

      • een dwarsdoorsnede van de stam, of bij meerstammigheid de dwarsdoorsnede van de dikste stam, van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld heeft.
        In het. kader van een herplant- of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan de in de vorige regel bepaalde dwarsdoornsnede;

    2. houtopstand :        één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een lintplanting in de vorm van heesters en struiken, een planting van bosplantsoen;

    3. hakhout :        één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

    4. dunning :        velling, die uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopslag moet. worden beschouwd;

    5. bebouwde kom:de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet.

    6. boomwaarde :        het. getal dat wordt. gevonden door het product van de factoren:

      • het aantal cm² van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld; 

      •  de eenheidsprijs per cm²;

      • de standplaatswaarde; 

      • de conditiewaarde; 

      • de waarde van de plantwijze 

    7. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 

 

Het bevoegd gezag kan bij de toepassing van de boomwaarde tevens naar redelijkheid en billijkheid besluiten.  

  1. In deze afdeling wordt. onder vellen verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of beschadiging of ontsiering van houtopslag ten gevolge kunnen hebben,.  

Artikel 2 Kapverbod

  1. Het. is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen anders dan bij wijze van dunning.  

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden, die op bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd, indien het betreft,:  

    1. populieren en wilgen als wegbeplanting en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;  

    2. fruitbomen, en windschermen om boomgaarden;  

    3. fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder, bestemde terreinen;  

    4. kweekgoed 

    5. houtopslag die deel van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20,.  

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:  

    1. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 9 en 12 van deze verordening;  

    2. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud.  

Artikel 3 Aanvraag vergunning

Vervallen 

Artikel 4 Weigeringsgronden

Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van:  

  • natuur- en milieuwaarden; 

  • landschappelijke waarden;  

  • cultuurhistorische waarden;  

  • waarden van dorpsschoon;  

  • waarden voor recreatie en leefbaarheid. 

Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren. Zij verwijzen zoveel mogelijk naar gemeentelijke bestemmings-, groen- of landschapsplannen.  

Artikel 5 Intrekken vergunning

De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken of gewijzigd: 

  1. als blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; 

  2. als de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen; 

  3. als dit, op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist; 

  4. niet binnen één jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt; 

  5. als de houder dit verzoekt. 

Artikel 6 Bijzondere vergunningsvoorschriften

  1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift. dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. Indien gemeentelijk bestemming-, bomen-, groen-, of landschapsplan de te vellen houtopslag direct of indirect als waardevol omschrijft, wordt altijd een herplantingsplicht opgelegd. 

  2. Wordt een voorschrift. als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet.-geslaagde beplanting moet worden vervangen. 

  3. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna, met name het niet uitvoeren van kapwerkzaamheden in het broedseizoen. 

Artikel 7 Herplant-/instandhoudingdplicht

  1. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.  

  2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. 

  3. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen  van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt. weggenomen.

Artikel 8 Schadevergoeding

Het bevoegd gezag beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 17, juncto artikel 13 vierde lid, van de Boswet. 

Artikel 9 Afstand van de erfgrenslijn

De afstand als bedoeld in artikel  5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen en heesters.

Artikel 10         Bestrijding  iepeziekte

  1. Dit artikel verstaat onder:  

    1. iepeziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn Ceratocystis ulmi  (Buism.) C. Moreau);

    2. iepespintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus acolytus (F ) en Scolytus multistriatus (Marsch)  

  2. Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van de iepeziekte of voor vermeerdering van de iepespintkevers, is rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn: 

    1. indien de iepen in de grond deze te vellen; 

    2. de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen; 

    3. de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepeziekte wordt voorkomen.  

  3.  

    1. het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren;  

    2. het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepehout en op iepehout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter;  

    3. het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het onder a. van dit lid gestelde verbod,.  

  4. Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens het bevoegd gezag kunnen worden verricht,.  

Artikel 11 Strafbepaling

  1. Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 6, eerste lid, of in artikel 8, eerste of tweede lid, is gegeven, onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in artikel 9 is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen.  

  2. Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, danwel bedoeld in het vorige lid niet nakomt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie. Tevens kan een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde.  

 

Artikel 12 Overgangsbepaling

Op een aanvraag die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze verordening van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de Kapverordening 1994 Oldebroek van toepassing, zoals die luidde vóór de onderhavige wijziging, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. 

Artikel 13 Slotbepaling

  1. Deze verordening kan worden aangehaald als kapverordening  

  2. Zij treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.  

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Oldebroek op 30 juni 2010.  

 

                        , voorzitter

 

 

                        , griffier