Disclaimer

De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in Huis aan Huis, onder de kop Gemeentenieuws Oldebroek, heeft een officieel karakter.

U vindt onderstaand de geldende Algemeen Verbindende Voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Oldebroek. In het onderdeel 'Concept regelgeving' vindt u de nog niet vastgestelde versies. Deze concept versies worden gebruikt tijdens de besluitvorming en hebben uitsluitend een informatief doel.

  

Beleidsnotitie Uitwegen

De originele versie vindt u onder tabblad Bijlagen.

Gegevens van de regeling

Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders
Officiële naam van de regeling Beleidsnotitie Uitwegen
Citeertitel van de regeling Uitwegenbeleid
Onderwerp Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Gedelegeerde regelgeving n.v.t.
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum intrekking van (een versie van) de regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 07-10-2009
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 22-09-2009
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling Huis aan Huis, 06-10- 2009
Kenmerk voorstel Extern werkend.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene plaatselijke verordening, art. 2.12
  2. Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
07-10-2009 nieuwe regeling 22-09-2009
Huis aan Huis, 06-10- 2009
Extern werkend.

GEMEENTE OLDEBROEK

 

 

 

 

 

BELEIDSNOTITIE UITWEGEN 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

juli  2009

 

 

Inhoudsopgave:                                                                                 blz.

1.        Inleiding                                                                                  3

1.1. Aanleiding                                                                                  3

1.2. Doelstelling                                                                                  3

1.3. Leeswijzer                                                                                  3

 

2.         Huidige situatie                                                                          4

2.1. Vergunningenbeheer                                                                          4

2.2. Vergunningverlening                                                                          4

 

3.         Probleemstelling                                                                          5

3.1. Vergunningenbeheer                                                                          5

3.2. Vergunningenverlening                                                                          5

 

4. Gewenste situatie                                                                                  6

4.1 Vergunningenbeheer                                                                          6

4.2 Vergunningverlening                                                                          6

4.3 Algemene voorwaarden                                                                         8

4.4 Tarieven 

 

5. Conclusie/ Aanbeveling                                                                          10

Bijlagen:  

1. Juridische onderbouwing  

2. Voorwaarden opgenomen in het aanvraagformulier.  

1. Inleiding

1.1. Aanleiding

Het verkrijgen van een uitweg naar de openbare weg is in de gemeente Oldebroek, op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), vergunningplichtig. In de bestaande situatie dient de bewoner hiervoor, door middel van een aanvraagformulier, vergunning aan te vragen. De aanvraag wordt getoetst aan de bepalingen genoemd in de APV en kan worden aangelegd wanneer de aanvraag niet in strijd met deze bepalingen is.  

Naar aanleiding van het wijzigen van de APV worden nu intern een aantal regels betreffende de uitvoering opgesteld. Dit interne beleid zal integraal door iedereen worden toegepast, nadat de voorgestelde beleidslijnen door het bestuur zijn vastgesteld.  

1.2. Doelstelling

Met het vaststellen van het beleid over uitwegen worden de volgende doelstellingen beoogd:  

 

Hierdoor zal het in de toekomst mogelijk zijn om het beleid rechtvaardig toe te passen en adequaat te handhaven.  

 

Onder de ‘uitwegen’, worden in deze beleidsnotitie tevens ‘uitritten’, ‘opritten’ en ‘inritten’  verstaan. Daarnaast wordt in deze notitie enkel uitwegen behandeld naar ‘bestemmingen’ (bijvoorbeeld woningen en bedrijven). Uitwegconstructies op kruispunten van wegen vallen niet onder deze notitie. Bij de breedte van een uitweg is voor de vergunningverlening van belang, de breedte van het gedeelte dat grenst aan de openbare weg.

Voor bestrating naar de voordeur hoeft geen uitwegvergunning aangevraagd te worden zolang er geen ruimte voor minimaal een personenauto ontstaat.  

 

1.3. Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft het traject van vergunningverlening zoals het nu toegepast wordt. In hoofdstuk 3 wordt duidelijk gemaakt wat de knelpunten van het huidige beleid zijn.  

De daadwerkelijke aanpassingen in het beleid, met daarbij aangegeven de achterliggende gedachte, wat betreft het vergunningenbeheer, vergunningverlening en de tarieven worden in hoofdstuk 4 uiteengezet. Als laatste worden in hoofdstuk 5 de conclusie en de aanbevelingen aangegeven.  

 

2. Huidige situatie

2.1. Vergunningenbeheer

De aanvraag voor de uitwegvergunning komt binnen bij de afdeling Omgeving. Indien het een uitwegvergunning in het buitengebied betreft en/of groenvoorzieningen in het geding zijn, wordt voor deze aspecten een intern advies gevraagd. Nadat de diverse interne adviezen teruggezonden zijn binnen de afdeling, verzorgt de afdeling Omgeving de verdere procedure voor vergunningverlening. 

Het traject van vergunningverlening mag in beginsel maximaal 8 weken in beslag nemen. Indien er niet binnen deze termijn wordt vergund, kan de aanvrager een bezwaarschrift indienen tegen het niet tijdig beslissen door het college van B&W en kan tevens een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter in Zutphen.  

 

Verder is het van belang dat in een nieuw- of verbouwsituaties bij een bouwvergunning bekeken wordt of een uitwegvergunning volgens de regels mogelijk is. Hiermee dient te worden voorkomen dat de gemeente Oldebroek ‘moreel’ verplicht wordt, omdat er al wel een bouwvergunning is afgegeven, om een uitwegvergunning te verlenen die niet aan de beleidsregels voldoet.  

 

 

2.2. Vergunningverlening

De aanvraag wordt getoetst aan de weigeringsgronden opgenomen in artikel 2.12 van de (nieuwe) APV. Wanneer de vergunning niet in strijd is met de APV wordt deze verleend.  

 

 

Bijzondere omstandigheden voorbehouden zal met het verlenen van de uitritvergunning ook de toestemming voor het gebruik van de gemeentegrond (groenstrook e.d.) geacht worden te zijn verleend. Tevens kunnen burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen nadere voorwaarden stellen.  

 

3. Probleemstelling

3.1. Vergunningenbeheer

De indruk bestaat dat inwoners van de gemeente zich in het algemeen niet bewust zijn, dat naast de aanleg van een uitweg, ook het veranderen van de bestrating en het verplaatsen van een uitweg vergunningplichtig is. Ook wordt er vanuit gegaan dat bij het krijgen van een bouwvergunning en/of een planologische beslissing niet apart een uitwegvergunning moet worden aangevraagd. 

Het aanleggen, verbreden en veranderen van uitwegen gebeurt daarom regelmatig zonder vergunning.  

 

3.2. Vergunningverlening

De volgende zaken geven, in de praktijk, aanleiding tot problemen bij de vergunningverlening:  

 

 

3.2.1. Weigeringsgronden opgenomen in de APV

Volgens de APV kan een vergunning geweigerd worden in het belang van:  

  1. de bruikbaarheid van de weg; 

  2. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; 

  3. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; 

  4. de bescherming van de groenvoorzieningen in de gemeente  

 

Deze weigeringsgronden kunnen op verschillende manieren geïnterpreteerd worden en leiden dan ook regelmatig tot discussies tussen aanvrager en de vergunningverlener.  

 

 

3.2.2. De maximale breedte van drie meter

De maximale breedte van drie meter is in de volgende gevallen onvoldoende:  

 

 

3.2.3 Clandestiene aanleg

Het komt in toenemende mate voor dat men een uitweg, wel of niet in het bezit van de benodigde vergunning, zelf aanlegt of verbreedt. In deze gevallen heeft de gemeente geen invloed op: het gebruikte materiaal, de maximale breedte en de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden en dient de vergunningverlening en de eventuele aanpassingen aan de uitrit achteraf geregeld worden. 

 

4. Gewenste situatie:

4.1. Vergunningenbeheer

Het jaarlijks publiceren van de regels en voorwaarden inzake de aanleg en verbreding van uitritwegen in de plaatselijke kranten.  

 

4.2. Vergunningverlening

Volgens artikel 2:6 van de APV kan een vergunning geweigerd worden in het belang van:  

  1. de bruikbaarheid van de weg; 

  2. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; 

  3. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; 

  4. de bescherming van de groenvoorzieningen in de gemeente  

 

 

Deze weigeringsgronden vormen de basis van het toetsingskader voor iedere aanvraag.  

 

a)        de bruikbaarheid van de weg

(voor zowel woningen als voor uitwegen naar bedrijven) 

 

 

 

 

b)         het veilig en doelmatig gebruik van de weg

 

        Uitwegen naar bedrijven en woningen

 

Uitwegen naar woningen 

 

Uitwegen naar bedrijven 

 

c)         de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving

             (geldt alleen voor uitwegen naar woningen)

 

 

d)        de bescherming van de groenvoorziening in de gemeente

       

 

4.3. Algemene voorwaarden

Op basis van de bovengenoemde weigeringsgronden zijn de volgende algemene voorwaarden opgesteld:  

 

1) Uitvoering (alleen op gemeentegrond) 

De bestratingwerkzaamheden ten behoeve van de uitrit(ten), waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, worden uitsluitend door of vanwege de gemeente uitgevoerd.  

Uitzondering: uitbreidingsplan, met een uitbreidingsplan in het kader van dit beleid wordt de aanleg of gedeeltelijke aanleg van een nieuwe woonwijk bedoeld.  

 

2) Materiaal  

De uitrit wordt als elementenverharding uitgevoerd. Er zijn standaarden voor zowel de soort als de kleur. Uitzondering: uitbreidingsplan, met een uitbreidingsplan in het kader van dit beleid wordt de aanleg of gedeeltelijke aanleg van een nieuwe woonwijk bedoeld.  

3)  Tracé

Het tracé van de uitrit zal dusdanig gekozen worden, dat zoveel mogelijk groen gespaard wordt.  

 

4) Maximale breedte  

Standaard wordt een maximale breedte gehanteerd van 3 meter. 

Uitzondering:  

 

5) Intrekken vergunning c.q. het verwijderen van een uitweg  

De gemeente zal zich het recht voorbehouden om de uitrit te (laten) verwijderen, indien dit met het oog op de belangen van de verkeersveiligheid noodzakelijk moet worden geacht of wanneer de uitrit zijn functie verloren heeft.  

 

6) Hardheidsclausule/afwijking gestelde in deze notitie  

Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van het gestelde in deze notitie in geval toepassing hiervan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.  

 

7) Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin notitie niet voorziet  

In gevallen, de uitvoering van deze notitie betreffende, waarin deze regeling niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.  

 

4.4. Tarieven

Het tarief voor een standaarduitrit en de extra kosten per m2 zijn sinds de vaststelling van deze bedragen niet meer aangepast. Normaal gesproken zijn de tarieven gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten. Dit is echter niet gebeurd waardoor het huidige tarief bij lange na niet kostendekkend is. Voorgesteld wordt het tarief per jaar te verhogen met een factor voor de inflatie en prijsstijging. Bekeken moet worden of een eventuele tariefstijging maatschappelijk is verantwoord. Tevens bestaat de kans dat de gemeente de clandestiene aanleg van uitritten in de hand werkt door het hanteren van een te hoog tarief.  

 

Voor de hoogte van de tarieven wordt verder verwezen naar de Legesverordening. Tevens is het tarief voor leges betreffende een uitritvergunning door de raad vastgesteld op € 62,00 (tarief 2009).

 

4.5. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden de dag na publicatie in de gemeentelijke informatierubriek van het weekblad Huis-aan-Huis in werking.  

 

5. Conclusie/ Aanbeveling

 

De noodzaak om het huidige beleid vast te stellen ontstaat met name uit de behoefte naar duidelijkheid over de invulling en de uitvoering van de uitwegvergunning. Een groot aantal voorvallen waarbij zonder vergunning een uitweg wordt aangelegd, kan bij voorbaat al voorkomen worden door het verschaffen van duidelijkheid aan de inwoners van de gemeente inzake het nieuwe beleid omtrent uitwegen. Voorgesteld wordt om ieder jaar het beleid omtrent de uitwegvergunningverlening te publiceren.

Tevens zal er extra aandacht moeten worden besteed aan de voorlichting bij de aanvraag van een bouwvergunning en/of planologische procedures en dienen de voorwaarden voor een uitwegvergunning opgenomen te worden bij het bouwaanvraagformulier (bijlage 2).  

 

Bijlage 1: juridische onderbouwing

 

Beleid  

Artikel 1:3 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht verstaat onder beleidsregel “een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, die betrekking kan hebben op de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van de bevoegdheid waarop de beleidsregel betrekking heeft.  

Titel 4:3 van de Algemene wet bestuursrecht bevat nadere regelgeving omtrent beleidsregels.  

 

Uitwegenbeleid  

Het uitwegenbeleid is gebaseerd op onderstaand artikel van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Oldebroek. Op grond van dit artikel is het aanleggen van een uitweg vergunningplichtig. De weigeringsgronden voor een vergunning staan limitatief opgesomd in lid 2 van onderstaand artikel.  

Het uitwegenbeleid is een uitwerking van deze weigeringsgronden. In dit beleid wordt uiteengezet hoe het college deze weigeringsgronden in concrete situaties toepassen.  

Ter motivering van de vergunningverlening/-weigering kan worden volstaan met verwijzing naar dit beleid. Hierbij moet worden opgemerkt dat er bij beleidsregels altijd sprake is van een inherente afwijkingsbevoegdheid in geval van bijzondere omstandigheden (art. 4:84 Algemene wet bestuursrecht). In onderstaand overzicht is verkort weergegeven hoe het beleid gebaseerd op de weigeringsgronden uit de APV eruit ziet. De uitgebreide omschrijving is in het beleidsstuk terug te vinden.  

 

Art. 2:6 Algemene Plaatselijke Verordening Oldebroek  

Maken, veranderen van een uitweg 

1.        Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of een verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

2.        Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van:

a.        de bruikbaarheid van de weg;

b.        het veilig en doelmatig gebruik van de weg;

c.        de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

d.        de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.

3.        Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, de Waterschapskeur of het  provinciaal wegenreglement.

 

Op grond van artikel 1.4 van de APV kunnen aan een vergunning voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.  

 

Bijlage 2: voorwaarden opgenomen in het aanvraagformulier

 

Uitwegvergunning 

 

Wilt u een uitrit aanleggen, veranderen of verplaatsen dan moet u hiervoor een vergunning aanvragen. Bij een aanvraag om bouwvergunning voor een garage of carport moet u voor het aanleggen van een uitrit ook een vergunning aanvragen.  

 

1. De bestratingswerkzaamheden ten behoeve van de uitrit(ten), waarvoor de vergunning 

    wordt aangevraagd, worden uitsluitend door of namens de gemeente uitgevoerd.

 

2. De uitrit wordt uitgevoerd als elementenverharding.  

 

3. Het tracé van de uitrit zal dusdanig gekozen worden, dat zoveel mogelijk groen gespaard 

    wordt.

 

4. De maximale breedte van de uitrit wordt door de gemeente aangegeven. Voor woningen is  

    deze 3 meter en voor bedrijven is deze 8 meter.

 

5. De gemeente zal zich het recht voorbehouden om de uitrit te (laten) verwijderen, indien dit  

     met het oog op de belangen van de verkeersveiligheid noodzakelijk moet worden geacht.

 

6. De gemeente zal zich het recht voorbehouden om de uitrit te (laten) verwijderen, wanneer 

    de uitrit zijn functie verloren heeft.

 

7. De tarieven worden gebaseerd op de werkelijke kosten. Zie hiervoor de Legesverordening 

    van de gemeente Oldebroek.

 

8. Met de voor de aanleg van de uitrit benodigde werkzaamheden kan pas worden begonnen 

     na het verlenen van de vergunning.

 

10. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen nadere voorwaarden stellen.