Disclaimer

De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in Huis aan Huis, onder de kop Gemeentenieuws Oldebroek, heeft een officieel karakter.

U vindt onderstaand de geldende Algemeen Verbindende Voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Oldebroek. In het onderdeel 'Concept regelgeving' vindt u de nog niet vastgestelde versies. Deze concept versies worden gebruikt tijdens de besluitvorming en hebben uitsluitend een informatief doel.

  

Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Oldebroek
Vastgesteld door gemeenteraad
Officiële naam van de regeling Verordening inrichting antidiscriminatievoorziening gemeente oldebroek
Citeertitel van de regeling Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening
Onderwerp maatschappelijke zorg en welzijn
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum uitwerkingtreding
Datum inwerkingtreding 20-01-2010
Terugwerkende kracht (t/m)
Datum ondertekening 19-01-2010
Bron bekendmaking Huis aan Huis (gepland 2 februari 2010)
Kenmerk voorstel Extern werkend.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen, art. 1
  2. Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen, art. 2

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
20-01-2010 nieuwe regeling 19-01-2010
Huis aan Huis (gepland 2 februari 2010)
Extern werkend.

De raad van de gemeente Oldebroek; 

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van  , nr.  ;

 

gelet op het bepaalde in artikel 1 en artikel 2 van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen; 

 

 

b e s l u i t: 

 

Vast te stellen de volgende verordening: 

 

VERORDENING INRICHTING ANTIDISCRIMINATIEVOORZIENING GEMEENTE OLDEBROEK. 

 

Artikel 1 Begripsbepalingen 

  1. Wet: de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen 

  2. Besluit: het Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen 

  3. De antidiscriminatievoorziening: antidiscriminatievoorziening als bedoeld in  

  4. artikel 1 van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. 

  5. Klacht: klacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de wet; 

  6. Klachtbehandelaar: klachtbehandelaar als bedoeld in artikel 1 van het besluit; 

  7. Klager: Klager als bedoeld in artikel 1 van het besluit; 

  8. Ingezetene: ingezetene als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet. 

 

Artikel 2 Zorgplicht college van burgemeester en wethouders 

Het college van burgemeester en wethouders biedt de ingezetenen toegang tot een antidiscriminatievoorziening. 

 

Artikel 3 Inrichting antidiscriminatievoorziening 

Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in ieder geval de deskundigheid van klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de voorziening gewaarborgd. 

  1. De antidiscriminatievoorziening draagt er zorg voor dat de klachtbehandelaars voldoen aan de voor klachtenbehandeling vereiste deskundigheid en biedt de klachtbehandelaars de mogelijkheid hun deskundigheid te onderhouden en verder te ontwikkelen. 

  2. De klager heeft in ieder geval de mogelijkheid om een klacht te melden: 

            • Per post; 

            • Per e-mail; 

            • Telefonisch; 

            • Op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie als bedoeld in artikel 5 van deze verordening. 

 

Artikel 4 Protocol klachtenbehandeling 

Het protocol voor de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 6 van de wet regelt in ieder geval: 

  1. De afdoeningstermijn van klachten; 

  2. De wijze van afdoening van klachten; 

  3. De registratie van klachten. 

 

 

Artikel 5 Laagdrempeligheid antidiscriminatievoorziening 

    1. Ingezetenen worden in de gelegenheid gesteld een klacht in hun directe leefomgeving te melden.  

    2. Het college draagt zorg voor de deskundigheid van de medewerkers van de antidiscriminatievoorziening  

    3. Het college draagt zorg voor de adequate opname en doorgeleiding van de meldingen. 

    4. Klager wordt door de medewerkers doorgeleid naar de antidiscriminatievoorziening. 

 

Artikel 6 Inwerkingtreding 

Deze verordening treedt in werking op 20 januari 2010. 

 

Artikel 7 Citeertitel 

Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening. 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Oldebroek van   ,

 

 

de griffier,        de voorzitter,

 

Toelichting 

 

ALGEMEEN 

Artikel 1 van de wet legt het college van burgemeester en wethouders op om toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening. Zie ook de toelichting bij artikel 2 van deze verordening. 

In artikel 2, tweede lid, van de wet wordt bepaald dat de gemeenteraad “met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet bij verordening regels vaststelt omtrent de inrichting van de antidiscriminatievoorziening, bedoeld in artikel 1, en de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a.” De wet is als bijlage toegevoegd aan deze verordening. 

De wet is nader ingevuld in een Algemene Maatregel van Bestuur vastgesteld op 16 september 2009, het Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorziening.  Het besluit is als bijlage toegevoegd aan deze verordening.

Nu veel van de nadere invulling die de wet behoeft geregeld is in het besluit, kan deze verordening beknopt blijven. 

 

De Handreiking Iedereen=Gelijk: lokale aanpak discriminatie zal als ondersteuning dienen bij de uitvoering van de Algemene Maatregel van Bestuur en deze verordening. 

 

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING 

Artikel 1 

Deze bepaling behoeft geen toelichting. 

 

Artikel 2 

Zoals in het algemene deel van deze toelichting al is aangegeven, is deze zorgplicht opgenomen in artikel 1 van de wet. In wetstechnische zin is het dan ook niet noodzakelijk om deze hier te herhalen. Er is voor gekozen om dat wel te doen, nu deze zorgplicht zozeer de kern van deze regelgeving uitmaakt, dat het opnemen ervan sterk bijdraagt aan de begrijpelijkheid van deze verordening. 

 

Artikel 3  

Met deze bepaling wordt nader invulling gegeven aan artikel 3 van het besluit, dat luidt: “Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in ieder geval de deskundigheid van de klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de antidiscriminatievoorziening gewaarborgd”. Ook op de verantwoordelijkheid voor de omgang met gegevens zal worden toegezien.  

De antidiscriminatievoorziening dient aan te geven of ze beschikt over een opleidingprotocol waar klachtbehandelaars gebruik van kunnen maken. Ook moet worden aangegeven hoe vaak van behandelaars wordt verwacht aan een opleiding deel te nemen. Het landelijke expertisebureau van Art.1 kan de opleidingen en cursussen verzorgen.  

De gemeente draagt er zorg voor dat de burger zich zowel fysiek als niet- fysiek kan melden. 

De mogelijkheid om zich fysiek op locatie te kunnen melden betekent tevens dat een burger redelijkerwijs op de hoogte kan zijn waar hij of zij terecht kan om klachten te melden. De gemeente draagt zorg voor de aanwezigheid van een locatie. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een bestaande balie (zie ook de toelichting bij artikel 5). Uiteraard kan ook worden afgesproken dat de antidiscriminatievoorziening op locatie aanwezig is, zodat klachten direct bij de voorziening kunnen worden ingediend. 

Bij niet-fysiek wordt verstaan dat de mogelijkheid bestaat voor de burger via sms, telefoon (0900 landelijk en 0900 ADV), brief of email om de klacht te melden of in te dienen. 

Ook hier geldt dat op de gemeente een zorgplicht rust om ervoor zorg te dragen dat burgers kennis kunnen nemen van deze mogelijkheden. 

 

Artikel 4 

Met deze bepaling wordt invulling gegeven aan artikel 6 van het besluit dat luidt: “De antidiscriminatievoorziening heeft een protocol voor de behandeling van klachten”.  

 

Artikel 5  

De wet vermeldt dat de antidiscriminatievoorziening zich in de leefomgeving van burgers moet bevinden. De memorie van toelichting geeft aan dat het gemeenten vrij staat om daar op een praktische wijze invulling aan te geven. De voorziening hoeft dan ook niet in de gemeente zelf aanwezig te zijn. Een gemeente kan zich bijvoorbeeld aansluiten bij een (bestaande) regionale antidiscriminatievoorziening. Ook kan de gemeente aansluiting zoeken bij het regionaal discriminatieoverleg (RDO) waar politie, openbaar ministerie en antidiscriminatievoorzieningen overleg voeren over discriminatie incidenten en deze in zaaksoverzichten opnemen. 

Voor de nodige laagdrempeligheid kan dan worden gezorgd door een doorverwijsfunctie of meldpunt te creëren bij bestaande gemeentelijke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een loket burgerzaken, slachtofferhulp of WMO-loket. 

Een gemeente kan er ook voor kiezen deze toegang een meer inhoudelijk karakter te geven door een eigen frontoffice in te richten. Daarbij moet het voor klagers ondubbelzinnig duidelijk zijn dat een gemeentelijk loket een luisterend oor en de nodige deskundigheid kan bieden, maar dat het zijn taak is om de klager door te geleiden naar de antidiscriminatievoorziening. In de wet is uitdrukkelijk aangegeven dat de antidiscriminatievoorziening onafhankelijk is en op geen enkele wijze onder het gezag van de (gemeentelijke) overheid kan vallen. Het gemeentelijk loket kan dan ook op geen enkele manier in de plaats treden van de antidiscriminatievoorziening. 

 

Vereisten voor de frontoffice zijn: 

-        Een loket gefaciliteerd door de gemeente dan wel een gemeenteloket waar klager een klacht kan melden, luisterend oor kan vinden en professioneel kan worden doorverwezen naar de antidiscriminatievoorziening.

-        Loketmedewerker dient inzicht te hebben in de materie

-        Positie als doorgeefluik moet helder zijn.

Vereisten voor de backoffice: 

-        Deze worden opgenomen in de subsidieregeling tussen gemeenten en antidiscrimiantievoorzieningen.

Strikt juridisch is het niet noodzakelijk om met een front- en backoffice te werken. Daarom hebben wij deze vereisten niet in de verordening opgenomen.  

 

Artikel 6 

Deze bepaling behoeft geen toelichting 

 

Artikel 7 

Deze bepaling behoeft geen toelichting