Disclaimer

De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in Huis aan Huis, onder de kop Gemeentenieuws Oldebroek, heeft een officieel karakter.

U vindt onderstaand de geldende Algemeen Verbindende Voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Oldebroek. In het onderdeel 'Concept regelgeving' vindt u de nog niet vastgestelde versies. Deze concept versies worden gebruikt tijdens de besluitvorming en hebben uitsluitend een informatief doel.

Zoeken in regelgeving

            

Beleidsregels artikel 13b Opiumwet

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Oldebroek
Vastgesteld door burgemeester
Officiële naam van de regeling Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Basisteam Veluwe-Noord
Citeertitel van de regeling Beleidsregels artikel 13b Opiumwet
Onderwerp openbare orde en veiligheid
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Betreft (aard van de wijziging) wijziging
Datum uitwerkingtreding
Datum inwerkingtreding 01-06-2017
Terugwerkende kracht (t/m)
Datum ondertekening 24-05-2017
Bron bekendmaking Gemeenteblad, 31-05-2017
Kenmerk voorstel Onbekend.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Opiumwet, art. 13b

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
01-06-2017 wijziging 24-05-2017
Gemeenteblad, 31-05-2017
Onbekend.
01-03-2017 01-06-2017 nieuwe regeling 10-05-2016
Gemeenteblad, 28-02-2017
Onbekend.

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet gemeenten basisteam Veluwe - Noord

Elburg – Epe – Hattem – Heerde – Nunspeet – Oldebroek

 

 

1. Inleiding

 

De gemeenteraden van Elburg, Epe, Hattem, Heerde, Nunspeet en Oldebroek hebben in hun Integraal Veiligheidsplan voor de periode 2016-2019 een vijftal prioriteiten vastgesteld. Een van deze prioriteiten is de aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit.

 

Binnen de gemeenten is hennepteelt de meest bekende vorm van ondermijning. In 2015 is er een nieuw Hennepconvenant afgesloten tussen gemeenten, OM, politie en woningbouwcoöperaties. Dit convenant biedt de mogelijkheid om gezamenlijk op te treden tegen de vervaardiging van softdrugs en richt zich op huurwoningen. Begin 2017 is het uitvoeringsprotocol hennep NOG aangeboden aan de driehoeken. In het uitvoeringsprotocol staat beschreven welke taken op worden gepakt door welke ketenpartners. Met het opstellen voor beleidsregels artikel 13b Opiumwet wordt ook vormgegeven aan de mogelijkheid om op te treden tegen teelt en productie van drugs en de handel in drugs vanuit koopwoningen. Zo worden maatregelen niet naast elkaar ingezet, maar bevoegdheden versterkt in een integrale aanpak.

 

De handel in drugs, maar ook de hennepteelt kan (grote) overlast veroorzaken voor de directe omgeving in de vorm van brandgevaar, wateroverlast, vervuiling, geluidshinder, vandalisme etc. Ook kan het onveiligheidsgevoel van omwonenden hierdoor toenemen. Daarnaast kan de handel in- en productie van drugs gepaard gaan met georganiseerde criminaliteit. Daarom is het van belang om te komen tot een eenduidig beleid en regels voor uitvoering daarvan in de regio.

 

 

2. Juridisch kader

 

Voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op

aanwezigheid van harddrugs, Lijst I) en artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, Lijst II)

Opiumwet, is in die wet het artikel 13b opgenomen (1)

 

Artikel 13b Opiumwet luidt als volgt:

  1. 1.De burgemeester is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

  2. 2.Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.

 

Eveneens is de aanwijzing Opiumwet van het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie d.d. 13-12-2012 van kracht (inwerking getreden per 1 januari 2013; Staatscourant 2012, 26938).

 

Op 1 maart 2015 is artikel 11 a van de Opiumwet in werking getreden.  Dit wetsartikel voorziet in de strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen van illegale hennepteelt. Dit heeft tot gevolg dat growshops niet meer legaal kunnen voortbestaan.

 

De wetstekst van art. 11 a Opiumwet luidt:

Hij die stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie.

 

 

3. Handhavingsbeleid artikel 13b Opiumwet

 

Definitie drugshandel:

In deze beleidsregels wordt onder drugshandel verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezigheid van drugs in een pand en de daarbij behorende erven. Onderstaande beleidsregels zien toe op de bevoegdheid tot het sluiten van panden door de burgemeester bij verkoop, aflevering of verstrekking dan wel aanwezig zijn van een middel als bedoeld in lijst I of II vanuit woningen of lokalen en daarbij behorende erven. Met de wijziging van artikel 13b Opiumwet per 1 november 2007 kunnen alle drugspanden aangepakt worden, dus ook woningen.

 

Zoals de redactie van artikel 13b Opiumwet aangeeft heeft de burgemeester voor de handhaving van de handel in drugs in panden de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen. Om betrokkenen niet in de gelegenheid te stellen een financiële belangenafweging te maken, wordt er in beginsel geen gebruik gemaakt van het opleggen van een last onder dwangsom.

Bij de beoordeling of bestuursdwang wordt toegepast in het kader van artikel 13b Opiumwet moet in ieder geval sprake zijn van het verkopen, verstrekken, afleveren danwel daartoe aanwezig zijn van drugs.

 

In geval van een hoeveelheid van meer dan 5 hennepstekjes of planten wordt aangenomen dat er geen sprake van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik. Er is bij hennepknipperijen, drogerijen en buitenteelt vaak sprake van meer dan 30 gram hennep of hasjiesj. In het geval van 30 gram of meer hennep of hasjiesj brengt dit het risico van overdraagbaarheid met zich mee. Dit -meer dan 5 planten of meer dan 30 gram softdrugs- wordt in deze beleidsregel in ieder geval beschouwd als een handelshoeveelheid als bedoeld voor het verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn in de zin van artikel 13b Opiumwet.

 

Zienswijzen/spoedeisende bestuursdwang

Al naar gelang de omstandigheden van het geval kan gekozen worden voor toepassing van spoedeisende bestuursdwang of wordt alvorens tot besluitvorming over te gaan de belanghebbende in de gelegenheid gesteld een zienswijze kenbaar te maken. In de artikelen 5:21 e.v. Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn de procedureregels opgenomen die gevolgd moeten worden indien tot toepassing van bestuursdwang wordt overgegaan.

 

Onderverdeling beleid

Het beleid betreffende de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet wordt onderverdeeld in de volgende rubrieken:

I Woningen: de niet gedoogde drugshandel in woningen dan wel bij woningen behorende

erven;

III Niet gedoogde verkooppunten van drugs: de drugshandel in (al dan niet voor het publiek

opengestelde) lokalen dan wel in of bij zodanige lokalen behorende erven.

 

In basisteam Veluwe Noord geldt een zogeheten nulbeleid voor coffeeshops.

 

 

Ad I Woningen en daarbij behorende erven: drugshandel en hennepteelt

 

Doordat de sluiting van woningen zwaarder ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen sprake is van het hebben van een woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer.

 

De burgemeester verstaat in het kader van de bestuurlijke handhaving van de Opiumwet onder een woning een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat op een normale wijze voor bewoning kan worden gebruikt en dat/die daarvoor ook mag worden gebruikt (woongenot). Of een woning wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse, zoals dat veelal wordt verwoord in het rapport van bevindingen van de politie.

 

Sluitingstermijnen:

De woningen worden gesloten in de volgende gevallen:

 

- harddrugs in woningen

Indien in woningen of bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs), met een handelsvoorraad van > 0,5 gram, dan volgt bij een 1ste constatering een sluiting van 3 maanden. Bij een 2de overtreding van de Opiumwet in een woning of bij woningen behorende erven binnen vijf jaar na de eerste constatering, dan vindt er een sluiting plaats van 6 maanden. Bij een 3de constatering van de Opiumwet binnen vijf jaar na de tweede constatering, dan vindt er een sluiting voor onbepaalde tijd plaats.

 

Overtreding Sluiting

In een woning (+ bijbehorende erven) wordt

harddrugs geconstateerd met een

handelsvoorraad van > 0,5 gram.

1ste constatering: 3 maanden sluiting

2de constatering: 6 maanden sluiting

3de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd

 

- softdrugs in woningen

Indien in woningen of bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs) met een handelsvoorraad van > 30 gram, of meer dan vijf hennep planten (al dan niet verkregen door teelt in dezelfde woning), dan volgt bij een 1ste constatering een sluiting van 3 maanden. Bij een 2de overtreding van de Opiumwet binnen vijf jaar na de eerste constatering in een woning of bij woningen behorende erven vindt er een sluiting plaats van 6 maanden. Bij een 3de overtreding van de Opiumwet binnen vijf  jaar na de tweede constatering vindt er een sluiting plaats van 12 maanden en bij een 4de overtreding binnen vijf  jaar na de derde constatering, een sluiting voor onbepaalde tijd.

 

Overtreding: Sluiting:

In een woning (+ bijbehorende erven) wordt

drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd

met een handelsvoorraad van > 30 gram.

1ste constatering: 3 maanden sluiting

2de constatering: 6 maanden sluiting

3de constatering: 12 maanden sluiting

4de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd

 

 

Ad II  Niet gedoogde verkooppunten van drugs: de drugshandel en hennepteelt in (al dan niet

voor het publiek opengestelde) lokalen dan wel in of bij zodanige lokalen behorende

erven

 

Onder de in deze rubriek bedoelde panden vallen de voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten).

 

Drugshandel in of bij lokalen vormt eveneens een ernstige aantasting van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. Daarbij legt een illegaal verkooppunt een zware druk op de omgeving. Zeker in woongebieden wordt de aanwezigheid daarvan als zeer belastend ervaren. Illegale verkooppunten (de drugshandel zoals dat hierboven is gedefinieerd) vormen een bedreiging voor de sociale veiligheid in de buurt en leiden vaak tot verloedering van het straatbeeld.

 

Sluitingstermijnen:

De niet gedoogde verkooppunten van drugs worden gesloten in de volgende gevallen:

 

- harddrugs in niet gedoogde verkooppunten van drugs

Bij een 1ste constatering dat in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen -niet zijnde feitelijk bewoonde woningen - en daarbij behorende erven drugshandel t.a.v. harddrugs wordt geconstateerd, dan wordt het pand gesloten voor de duur van 12 maanden (minimaal). Bij een 2de constatering, binnen vijf jaar na de eerste constatering wordt het pand gesloten voor onbepaalde tijd.

 

Overtreding: Sluiting:

In een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal, niet zijnde bewoonde woning (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel ten aanzien van harddrugs geconstateerd.

1ste constatering: 12 maanden (minimaal) sluiting

2de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd

 

 

- softdrugs in niet gedoogde verkooppunten van drugs

Bij een 1ste constatering dat in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen -niet zijnde feitelijk bewoonde woningen - en daarbij behorende erven drugshandel ten aanzien van softdrugs wordt geconstateerd, wordt het pand gesloten voor de duur van 6 maanden. Bij een 2de constatering binnen vijf jaar na de eerste constatering wordt een sluiting van 12 maanden bevolen. Bij de 3de constatering binnen vijf jaar na de tweede constatering, vindt een sluiting plaats voor onbepaalde tijd.

 

Overtreding: Sluiting:

In een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal, niet zijnde coffeeshop (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel t.a.v. softdrugs

geconstateerd.

1ste constatering: 6 maanden sluiting

2de constatering: 12 maanden sluiting

3de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd

 

 

4. Afwijkingsbevoegdheid

In beginsel wordt er overeenkomstig de bovenstaande beleidsregels besloten. De burgemeester kan op basis van feiten en omstandigheden in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de maatregelen zoals deze zijn vastgesteld in het onderhavige beleid (artikel 4:84 Awb, de zgn. inherente afwijkingsbevoegdheid). Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat bij zeer ernstige overtredingen een stap wordt overgeslagen of voor een langere periode wordt gesloten. Enkele voorbeelden hiervan (niet limitatief) kunnen zijn; het aantreffen van een zeer grote hoeveelheid, het aantreffen van zowel harddrugs als softdrugs, het aantreffen van wapens, overige criminele activiteiten, een grote gevaarsetting voor de directe omgeving, signalen van overlast, gevaar voor de volksgezondheid.

 

 

5. Inwerkingtreding

De invoering van de onderhavige beleidsregels treden in principe in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking in het Gemeenteblad. Wanneer voor publicatie een overtreding wordt geconstateerd kan de burgemeester besluiten gebruik te maken van zijn bevoegdheden conform artikel 13b Opiumwet.

 

 

Noten

1.

Artikel 13b Opiumwet wordt in beginsel niet toegepast in het geval er alleen een kleine hoeveelheid drugs wordt aangetroffen bestemd voor eigen gebruik (softdrugs ≤ 5 gram, harddrugs ≤ 0,5 gram).