Disclaimer

De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in Huis aan Huis, onder de kop Gemeentenieuws Oldebroek, heeft een officieel karakter.

U vindt onderstaand de geldende Algemeen Verbindende Voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Oldebroek. In het onderdeel 'Concept regelgeving' vindt u de nog niet vastgestelde versies. Deze concept versies worden gebruikt tijdens de besluitvorming en hebben uitsluitend een informatief doel.

Zoeken in regelgeving

            

Archeologiebeleid gemeente Oldebroek, Uitgangspunten voorschriften

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Oldebroek
Vastgesteld door gemeenteraad
Officiële naam van de regeling Archeologiebeleid gemeente Oldebroek, Uitgangspunten voorschriften
Citeertitel van de regeling Archeologiebeleid gemeente Oldebroek, Uitgangspunten voorschriften
Onderwerp milieu
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum uitwerkingtreding
Datum inwerkingtreding 28-10-2017
Terugwerkende kracht (t/m)
Datum ondertekening 20-04-2017
Bron bekendmaking Gemeenteblad, 27-10-2017
Kenmerk voorstel Onbekend.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
28-10-2017 nieuwe regeling 20-04-2017
Gemeenteblad, 27-10-2017
Onbekend.

Archeologiebeleid gemeente Oldebroek

 

Uitgangspunten voorschriften

 

Waarde - Hoge archeologische verwachting

Bouwregels

Op de tot ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’ bestemde gronden gelden voor het bouwen van bebouwing de volgende regels:

  1. 1.bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen van een bouwwerk groter dan 120m2, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

  2. 2.in afwijking van het gestelde onder 1 hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder 1 te overleggen, indien één van de volgende situaties van toepassing is:

    1. a.de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder een bestaande ondergrondse kelder), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut (met uitzondering van nieuwe kelders);

    2. b.de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5m uit de bestaande fundering, met behoud van bestaande funderingen;

    3. c.de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,5m onder het bestaande maaiveld;

    4. d.naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

  3. 3.Indien het onder 1 genoemde rapport of de beschikbare informatie als bedoeld in 2 onder c daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zonodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden.

  4. 4.indien uit het onder 1 genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in 2 onder c of uit het vervolgonderzoek bedoeld in 3 blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen:

    1. a.de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen;

    2. b.de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen;

    3. c.de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen;

    4. d.de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde:

  1. 1.De dubbelbestemming Waarde- Hoge archeologische verwachting geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan el er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is;

  2. 2.De dubbelbestemming Waarde – Archeologische monumenten op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

Waarde - Middelhoge archeologische verwachting

Bouwregels

Op de tot ‘Waarde – Middelhoge archeologische verwachting’ bestemde gronden gelden voor het bouwen van bebouwing de volgende regels:

  1. 1.bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen van een bouwwerk groter dan 500 m2, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

  2. 2.Idem aan Waarde – hoge archeologische verwachting

  3. 3.Idem aan Waarde – hoge archeologische verwachting

  4. 4.Idem aan Waarde – hoge archeologische verwachting

 

Wijzigingsbevoegdheid

Idem aan Waarde – hoge archeologische verwachting, maar lees bij dubbelbestemming dan Waarde - Middelhoge archeologische verwachting.

Waarde - Lage Archeologische verwachting

Bouwregels geen

 

Waarde – Archeologische monumenten

Bouwregels

Op de tot ‘Waarde – archeologische monumenten’ bestemde gronden gelden voor het bouwen van bebouwing de volgende regels:

  1. 1.bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen van een bouwwerk groter dan 50m2, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

  2. 2.Idem aan Waarde – hoge archeologische verwachting

  3. 3.Idem aan Waarde – hoge archeologische verwachting

  4. 4.Idem aan Waarde – hoge archeologische verwachting

 

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde de dubbelbestemming Waarde – Archeologische monumenten geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Uitvoeren werken of werkzaamheden (aanlegstelsel)-> separaat artikel

  1. 1.Behoudens het bepaalde in lid 2 is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de hierna aangewezen gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en de werkzaamheden uit te voeren:

    1. a.Aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen

    2. b.Verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is krachtens de Ontgrondingenwet en het ophogen en egaliseren van de gronden;

    3. c.Aanleggen en dempen van watergangen en poelen

    4. d.Aanbrengen van ondergrondse transport-, energie en telecommunicatieleidingen (nutsvoorzieningen) breder dan 80cm en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;

    5. e.Diepploegen, zijnde het extra diep – meer dan circa 0,5m onder het maaiveld – omploegen, het (chemisch) scheuren van grasland, anders dan voor graslandverbetering;

    6. f.Bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters.

  2. 2.Het in lid 1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden:

    1. a.Werken en werkzaamheden in het kader van het normale (agrarische) beheer, onderhoud en exploitatie, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;

    2. b.Werken en werkzaamheden waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van het plan;

    3. c.Werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 1 bij d, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist voor bouwen;

    4. d.Voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk;

    5. e.In het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;

    6. f.Voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,5m onder het bestaande maaiveld met een maximale oppervlakte van:

      1. i)120 m2 in een gebied met een Waarde - Hoge archeologische verwachting

      2. ii)500 m2 in een gebied met een Waarde - Middelhoge archeologische verwachting

      3. iii)2.500 m2 in een gebied met een Waarde - Lage archeologische verwachting

      4. iv)50m2 in een gebied met een Waarde – Archeologische monumenten

  3. 3.De onder lid 1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.
    Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld;

  4. 4.Indien het onder 3 genoemde rapport of de beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zonodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden.

 

Archeologische beleidskaart

Archeologische beleidskaart (PDF)
Omschrijving: